Waar mijn voorouders wonen

Indische mensen zeggen tegen me: “In de familiegeschiedenis is zoveel lijden, zoveel trauma. Het is een beerput waarin ik me niet wil verdiepen. Met dat voorouderlijk trauma wil ik me niet identificeren, ik wil vrij mijn eigen leven kunnen leven.”

Sommige verhalen heb je ooit eens gehoord. Misschien heb je ze diep in je onderbewuste weggestopt. Maar je weet dat ze er zijn. Van andere verhalen heb je vermoedens of delen ervan heb je zelf ingevuld.

Wat er in het verleden precies is gebeurd, is misschien niet helemaal terug te halen. Toch zijn deze gebeurtenissen relevanter dan je zou willen. Trauma’s in de familie kunnen in ons voortleven. Je krijgt ze mee van je ouders, je grootouders, of van hen daarvoor. Onderzoek toont aan dat trauma’s epigenetisch kunnen worden doorgegeven.

Misschien ervaar je deze erfenis niet letterlijk als de nare gebeurtenissen van toen, maar merk je wel dat bepaalde situaties je angstig of boos maken. Of dat je over sommige dingen niet kunt praten. Of dat delen van je lichaam voor je op slot blijven. Misschien zie je in je gezin of familie een bepaalde omgangsvorm of een patroon van vermijden.

Onvertelde verhalen

Indische mensen hebben veel meegemaakt. Tegelijkertijd is er zoveel niet verteld. Het Indisch zwijgen is een cultuur van vermijden, aanpassen en doorgaan. Dit zwijgen hier in Nederland was een manier te zijn om te overleven. Soms denk ik dat het bij een bepaalde generatie hoort. Nu ikzelf vaker naar Azië ben gereisd om daar les te geven, merk ik dat het weinige doorvertellen van pijnlijke verhalen ook onderdeel is van de Aziatische cultuur.

Ikzelf ben vrij en hoef niet te overleven. Ik wil ook niet de last of pijn van mijn voorouders die op me drukt. Ik hoef de verhalen uit het verleden niet tot in detail te kennen, maar ik wil wel weten hoe ze in mij doorwerken.

Toen ik een jaar of 34 was zei ik tegen mijn toenmalige vriendin. Als ik deze taal hoor dan is het net alsof mijn tong die wil spreken. Mijn tong zou het willen en kunnen maar mijn hoofd kan het niet. We waren in Amsterdam op de Zeedijk en in de Chinese winkels hoorde ik Chinees Mandarijn gesproken worden. Een paar maanden later vertelde een tante aan mijn moeder: “en je weet dat zijn oma een Chinese is hé.” Ze doelde op mijn oma, de moeder van mijn vader.

Maar niemand die dat ooit verteld had, zelfs mijn vader niet. Toen ik hem er later naar vroeg: “Pa, klopt het dat jouw moeder een Chinese vrouw was?” Antwoorde hij: “Aah ja, Chinees, ze was Javaans Chinees.” Met zijn hand maakte hij een wegwuivend gebaar.

Er zijn geen foto’s van haar, Ze had drie kinderen. Bij haar huwelijk kreeg ze in haar paspoort een andere Europese naam zodat ze op papier in het voormalige Nederlands Indië meer blank was dan in de werkelijkheid. Blank zijn had meer status op de sociale ladder daar.

Meditatie als reis naar binnen

Meditatie is een vehikel waardoor ik diep naar binnen kan reizen. Ik verstil en de ademhaling helpt me in het hier en nu te zijn. Ik observeer mijn gedachten en emoties, alsof ik een routekaart maak van mijn ‘mind’: “Dit stukje ken ik van mezelf. Hier ben ik nog nooit geweest.” Ik ontdek plekken in mezelf die onprettig aanvoelen. Ik leer dat mijn emoties echt aanvoelen, maar dat ik me er niet mee hoef te identificeren. Ik ben niet mijn gedachten, ik word niet geleefd door mijn emoties.

Sommige mensen zijn mooi-weer-mediteerders. Ze checken in of ze kunnen ontspannen, en als de omstandigheden perfect zijn, genieten ze van de rust die meditatie kan brengen. Maar als je wat vaker en wat langer zit, dan zul je een manier moeten vinden om om te gaan met vermoeidheid, stress, ziekte of verdriet. Niet alleen het licht, ook gewone alledaagse gebeurtenissen en de schaduwkanten van jezelf horen een plek te hebben in je meditaties.
Soms herken je het gewicht van eerdere generaties pas als je diep in jezelf kunt keren. Als je niet-heilzame patronen wilt doorbreken, zul je eerst moeten herkennen wat de prijs ervan is. Pas dan kun je ze loslaten of ombuigen.

Tijdreizen in de retraite

Met Susan Bögels geef ik al een aantal jaar een ‘next-level‘ mindfulness retraite. Om diep te helen, reizen we terug naar de wortels van ons lijden. Dit zijn vaak minder leuke gebeurtenissen in je kindertijd of jeugd die vormend voor je zijn geweest.

Susan noemt dit tijdreizen. Daarvoor heb je al je mindfulness-vaardigheden nodig om erbij te blijven. We gaan in gesprek met de kind-delen in jezelf die je nog steeds meedraagt. We herkennen geïnternaliseerde ouderstemmen die bestraffend of veeleisend toespreken. En natuurlijk heeft ook het zwijgen een verinnerlijkt deel in ons: dat is de vermijder.

Het is een vijfdaagse retraite en uiteindelijk komen we aan bij de verhalen van onze ouders en voorouders. Er is een oefening waarbij viualiseren dat we hand in hand lopen met onze grootouders.

De ontmoeting met mijn voorouders

Ik heb mijn grootouders niet gekend. De enige oma die ik heb gekend, de moeder van mijn moeder, overleed toen ik zes was. Ze is de enige van wie ik eigen herinneringen heb. Mijn andere grootouders waren er al niet meer.

Toen ik deze oefening in de retraite deed, visualiseren dat ik hand in hand liep met mijn grootouders, bleef het lange tijd blanco. Ik voelde er niets bij. Maar naarmate ik vaker terugreisde, werd deze oefening voor mij een voelbare ervaring. Uiteindelijk ontmoette ik hen in de oefening en namen ze me bij de hand.

Wat ik gaandeweg heb geleerd, is dat je je herinneringen zelf mag aanvullen. Een familiefoto of een verhaal kan je helpen om een vollediger beeld te schetsen. Dit heeft mij geholpen om tot een ander narratief te komen. Ik merk dat ik in mij niet telkens opnieuw de verhalen van pijn of gemis herhaal, maar dat ik de situatie ook tot een heilzamer einde mag brengen. De afgelopen jaren leerde ik zo hoe ik de niet-gekende familieverhalen toch vorm kan geven.

Naar een tijdloze plek

Een paar keer ben ik door Indonesië gereisd, voor het eerst in 1992. Je kunt beter niet teruggaan naar plekken waar het op een eerdere reis zo mooi was. Ikzelf ben ook veranderd en ouder geworden. Het Indonesië van mijn vroegere reizen is er niet meer. Ook het land dat mijn voorouders hebben gekend, is inmiddels een ander land.

Er is een gezegde dat je niet twee keer in dezelfde rivier kunt stappen. Maar wanneer ik reis naar het land waar mijn voorouders wonen, om hen te bezoeken, kom ik op een tijdloze plek. In mijn meditatie kan ik erheen. Het is een plek die in mij leeft en tegelijkertijd een plek die ik missen kan. Of is het hen die ik mis?

Wanneer ik terugreis, dan begint het heel zintuiglijk, ik loop op blote voeten en het voelt alsof ik een eiland betreed. Met een zandweg naar een groene plek, daar is een dorpje. Ik ruik geuren en als ik het geluid hoor van de gamelan dan weet ik waar ik ben.

Ik hoor stemmen. Ik word bekeken en gezien. Daar bij de berg wonen mijn voorouders in hun gemeenschap. Er zijn er vele en ze zijn omringt door hun tijdgenoten. Op de vleugels van een vogel kan ik terugvliegen naar een hele vroege tijd… Er is strijd, er is ziekte en verstrikking… Sommigen beangstigen me andere spreken me streng toe…

Er is een voorouder, ik schrik van hem omdat hij zich vermomd heeft met een zwart gewaad met een rood masker, hij is klein. Ik vraag anderen wie hij is. Is het een jongen of een oude man? Ze zeggen me: “Hij is 19 plus 9 jaar oud.” “Wat een raar antwoord.” Ik denk: “Plus 9, of plus 29 of 39 het kan alles zijn.” Het is een oude man die zijn leeftijd verhult. Iedereen is bang voor hem.
Er zijn mannen en vrouwen. Mijn moeder is er ook, of is het mijn moeder in één van haar eerdere levens?

Het land waar mijn voorouders eerder leefden is er niet meer. De reizen die mijn voorouders hebben afgelegd zijn in een voorbije tijd zijn geweest. Nu verblijven ze op een tijdloze plek. Een plek waar ze het fijn vinden als ik op bezoek kom. Omdat ze mij missen.

Vanuit het dorpje wil ik de berg opgaan. Vanaf de berg kan ik het landschap overzien. Ik loop door het landschap omhoog. Ze lachen naar me en wensen me een goede reis. De oude vrouw die mijn moeder ooit was heeft eten voor onderweg gemaakt. Daar boven de bomen vind ik mijn plekje en mediteer ik verder. De berg onder me rommelt. Ik zit op een vulkaan. Ik keer dieper naar binnen. Wanneer ik opsta ben ik weer thuis en weet ik waar ik vandaan kom.


 


Reacties

2 reacties op “Waar mijn voorouders wonen”​

  1. Alan D’Aubeterre avatar
    Alan D’Aubeterre

    Mooi! Inspirerende verhaal. Heb zin om te mediteren nu 🫶🏽

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *