Veel Indo’s zijn nieuwsgierig naar de verhalen binnen hun eigen familie. Maar bij het delen van de familiegeschiedenis worden traumatische gebeurtenissen veelal verzwegen, daardoor worden in het onderlinge contact moeilijke emoties vaak ook uit de weg gegaan. De derde generatie herkent dit ‘Indisch zwijgen’ en voelt de last ervan. Deze generatie beseft dat, om familietrauma te helen, je bereid moet zijn diep in jezelf te kijken én de dialoog met je voorouders aan te gaan. Om te voorkomen dat de kinderen na ons opnieuw belast worden dienen wij wat licht te schijnen op hun lijden.
In mijn geval zijn er geen mensen meer in leven met wie ik dit gesprek kan voeren. Toch ben ik met ze in gesprek gegaan en daarover wil ik iets van dat verhaal hier delen. Ik schrijf een paar blogs over hoe het Indisch zwijgen mij en mijn gezin van afkomst heeft beïnvloed. Dit is deel één: het begon tijdens de voorbereidingen voor een werkreis naar Japan.
In 2023 werden we uitgenodigd om een retraite te geven in Japan. We verheugden ons er enorm op: een retraite in dat prachtige land! Ik was er een keer eerder geweest toen gewoon als toerist. In de maanden voor vertrek zeiden Indische mensen in mijn acupunctuurstudio tegen me: “Je gaat naar Japan, George, en je weet toch wat de Japanners hebben gedaan in Nederlands-Indië?”
“Ja, dat weet ik,” antwoordde ik, enigszins ongemakkelijk. Eigenlijk wilde ik er liever niet aan herinnerd worden.
Dat mensen me aanspraken op deze reis zette me wel aan het denken. Want mijn vader komt uit Indonesië. Zijn vader overleed als dwangarbeider bij de aanleg van de Birma-spoorlijn. Mijn vader heeft ons nooit verhalen uit Indonesië verteld. Hij was getekend door wat hij als kind had meegemaakt, maar hij sprak er zelden over.
Dat deze reis het begin zou zijn van een diepere verbinding met mijn Indische voorouders, had ik toen niet verwacht.
Indisch zwijgen, over trauma wordt niet gesproken.
Het trauma van mijn vader en het Indische zwijgen zijn een deel van het gezin waarin ik opgroeide. Er zijn daar in Indonesië meer erge dingen gebeurd waar nooit over gesproken is. Zijn moeder en een zus zijn vermoord na de oorlog, toen de Indonesiërs vochten voor hun onafhankelijkheid. Meer Indo’s overkwam dat lot. Om te overleven na de onafhankelijkheid is mijn vader met zijn nog levende zus en nonnie naar Nederland gevlucht.
De geschiedenis van mijn familie, de oorlog en het lijden in Indonesië zijn slechts in flarden of helemaal niet gedeeld. Er zijn weinig foto’s en ik ken maar een paar familieverhalen. Mijn vader leerde ons niets over de taal en cultuur van daar. Op jonge leeftijd was hij zelf al ontworteld.
Toen mijn ouders scheidden, was ik 9. Na de scheiding trok mijn vader zich steeds verder terug uit mijn opvoeding. Dat betekent niet dat ik hem niet miste. Integendeel, ik raakte in de war. Ik ben Nederlands, maar voelde me ook Indisch, hoewel ik niet wist wat dat betekende. Ik voelde de Aziatische cultuur in mij en kende niets. Er waren geen familieverhalen om te delen, over de emoties van dit gemis werd niet gesproken. Ik voelde het trauma van mijn vader, terwijl ik hem langzaam uit het oog verloor.
Op mijn 21e kreeg ik een ‘breakdown‘. Ik was boos en in de war. Ik stopte tijdelijk met mijn studie en besloot naar Zuidoost-Azië te reizen. Via omwegen op weg naar Indonesië, naar het land van mijn vader. Hij zei vaak: “Jullie krijgen een KNIL-opvoeding,” wat ik als kind interpreteerde als een strenge, afstandelijke manier van opvoeden. Maar toen ik in Medan aankwam, zag ik Indonesische mannen in sarong liefdevol met hun kinderen omgaan. Ze speelden met hen, knuffelden hun kleine kinderen. Door zelf in Indonesië te zijn, veranderde het perspectief op mijn opvoeding. Ik realiseerde me hoezeer mijn vader getraumatiseerd was en hoe dit mijn beeld van mannelijkheid had vervormd.
Deze eerste grote reis was de start van mijn queeste. Wie ben ik? Lijk ik meer op mijn vader of mijn moeder? Tijdens die reis concludeerde ik gaandeweg dat ik op eigen benen moest staan. Ik ben mezelf, los van de verhaallijnen van mijn ouders. Deze autonomie bracht ook verantwoordelijkheid om te helen: te helen van de scheiding van mijn ouders, te helen van de boosheid in mij, van de afstand tot mijn vader en zijn trauma’s en dat zonder het Aziatische deel in mij te verloochenen.
Heling en verbinding met mijn culturele erfgoed
Als ik kijk naar mijn leven nu, zie ik hoe sterk de Aziatische cultuur in mij doorleeft. Ik werk als acupuncturist en met Chinese kruiden. Spiritualiteit en meditatie zijn belangrijk voor me. Ik beoefen yoga en mediteer in een klassieke Indiase traditie. Als ik mediteer, dan voel ik de verbinding met de grote meditatie-meesters voor mij en dit voelt als thuiskomen. Ik heb veel werk moeten verzetten om te helen van mijn eigen jeugdtrauma’s en heb leren praten over mijn eigen gevoelens en emoties.
Om me na al dit werk ook nog open te stellen voor het lijden van mijn voorouders voelde lang als te veel, te moeilijk… te pijnlijk.
De verhalen in mijn familielijn zijn ongrijpbaar. Toen Indische mensen in mijn acupunctuurstudio tegen me zeiden: “En je weet wat de Japanners in Indonesië hebben gedaan,” bracht dat alleen het gegeven van de vermoorde en vermiste familieleden naar boven.
Maar die Indische voorouders heb ik immers nooit gekend, wie waren zij? Hoe moest ik mijn aankomende reis naar Japan zien zonder over het lijden in mijn familie heen te stappen? Wat betekent het dat ik, iemand in de lijn van slachtoffers, naar Japan reis, het land van de daders, en juist daar een retraite geef over heling?
In meditatie stelde ik mezelf de vraag: kan ik mijn voorouders meenemen naar Japan? Mag ik hun verhaal naar dat land brengen? Het bleef stil. Maar soms is stilte geen ‘nee’.
Een Reis naar De Javaanse Nacht
Deze reis naar Japan voelde als een grote opdracht aan mij die ik niet begreep. Ik kreeg hulp van Renée Gloudemans, die me aanbood om dit samen te onderzoeken. Renée werkt met sjamanistische technieken.
De sessie met haar beleefde ik als een meditatie. We reisden eerst door de chakra’s en ik voelde diep in mijn lichaam. Het voelen in mijn lichaam bracht beelden naar voren. En heel visueel belandde ik op een andere plek. Ik was op een plek die pikdonker was, maar ik wist waar ik was. Ik noemde het “de Javaanse nacht”.
Het deed me terugdenken aan Java en hoe snel het daar donker wordt, de luchtvochtigheid is hoog en de nachten zijn warm. Daar in mijn meditatie zag ik een jonge vrouw. Ze had amandelvormige ogen, een getinte huid en lange donkere haren. Ze zat op een stoel met de rug naar me toe en keek naar me met haar hoofd over haar schouder gedraaid. Ik wist wie het was. Het was de zus van mijn vader die in Indonesië was vermoord.
Ze zat met de rug naar me toe en keek me stil aan. Voor haar stonden een heleboel andere mensen. Ik wist ook wie dat waren. Het was familie. Doordat ze met haar rug naar mij zat beschermde ze me tegen hun luid geroep en gelach en bleef het heel stil tussen ons. Mijn hart werd warm vervuld van het gevoel bij familie te zijn die ik niet eerder had gekend. Nu voor het eerst kon ik hen zien en voelen. Ik was geëmotioneerd en tranen rolden over mijn wangen.
Na de sessie zei Renée me: nu je contact kan maken met je voorouders, kun je hen ook uitleggen wat je in Japan gaat doen.
Een ceremonie voor mijn voorouders in Koyasan

De retraite die we in Japan hebben gegeven was prachtig. We zaten met de groep op een prachtige locatie met uitzicht op Mount Fuji. In onze retraite besteden we ook aandacht aan onze voorouders. We waren geraakt door de fijngevoeligheid van onze deelnemers, die heel kwetsbaar hun verhaal deelden. Na de retraite hadden we een korte rondreis voor onszelf uitgestippeld. Ook op deze rondreis leek het thema van de voorouders verweven te zijn, want de Japanse cultuur kent een voorouderverering. Bij een prachtige Shinto-tempel midden in het bos zagen we de grootste bomen ooit, waarvan er een stond voor de vader en de ander voor de moeder.
Het hoogtepunt van onze rondreis, zo hadden we zelf bedacht, was een ‘temple stay‘ in Koyasan we konden dan de ochtendceremonie met de monniken in de tempel bijwonen. Nadat we waren ingecheckt in onze kamer zag ik een formulier waarop stond: als je wil kun je de priester vragen om de ochtendceremonie op te dragen aan je voorouders. Ik ben naar de priester toegegaan en heb hem gevraagd dit te doen. Ik gaf de namen door van mijn vader en moeder en vroeg hem ook de ceremonie op te dragen aan de Indische voorouders. “I will pray very hard,” zei hij.
En dat deed hij. In Koyasan wordt het boeddhisme uitgedragen zoals dat in het jaar 800 beoefend werd. Met een prachtige stem chantte hij de boeddhistische verzen. Zijn luide stem hielp mij om tijdens deze ceremonie in meditatie te gaan. Er zaten nog andere mensen bij, toeristen en Japanners, maar het voelde alsof deze hele ceremonie speciaal voor mij was. Naarmate de ceremonie vorderde, noemde hij de namen van mij en mijn voorouders. Tranen stroomden over mijn wangen. Dit waren niet mijn tranen, het waren tranen van mijn voorouders.
Tegen het einde intensiveerde de energie. Het energetisch veld werd heel onrustig en ik moest mijn voorouders sommeren erbij te blijven. “Dit wat hier gebeurt gaat over jullie… juist nu, blijf erbij,” zei ik tegen hen. Na deze ceremonie voelde het alsof ik uit een hele diepe meditatie kwam. Ik was geëmotioneerd en zacht tegelijk.
Wie had ooit kunnen voorstellen dat een Japanse monnik een ceremonie zou doen voor mijn Indische voorouders? Het was prachtig, het was heilzaam.



Geef een reactie